Avond.schemering

pagina's: 1 2 36

Oud en nieuw

Een realisatie

Het is oudejaarsavond. Youp, blijkbaar een George gelijkend, spreekt van een helder licht bij de wisseling van de jaren dat ons weer terugbrengt naar onszelf, naar wie we waren. Mij valt bij die woorden... Lees verder

Bezoek aan Eden

Een poging tot rust

Het park voelt koel aan, wanneer ik door het stalen hek binnen treedt in dit buiten. Een zoete lentelucht vindt zijn weg naar mijn neus en longen en verwarmt me, ondanks dat het fris is. Ik glimlach.... Lees verder

Orgaanmelodie

Staal tegen huid. Aanvankelijk verliest huid. Zijn vorm, zijn tijd, zijn maat. Maar huid past aan. En later verliest huid niet meer. Maar er is geen winnen voor huid, noch staal. Er is saamhorigheid.... Lees verder

In de aanschijn van een rode zon

De afdronk van warm geluk

De zon staat laag aan de hemel als we uit de auto stappen. We verkeren allebei in de vermoeide rust van een rondreis, een vakantie. Op een kleine afstand ruist een diepblauwe zee haar kalmerende licht.... Lees verder

Welgevaren

Tegen het licht van de tijd in

De naald verlaat de huid van mijn negen jaar oude collie. En met die act is het laatste herkenbaar levende deel van de laatste tien jaar verdwenen. Nog even, een paar keer, vult het leven zijn longen,... Lees verder

Miniaturen V

Plaats hebben

Gezocht: matige weerstand die mij wijst op mijzelf. Mag niet te fel zijn. Liefst uit onverwachte hoek. De vraag naar waarom de andere sok verdwijnt is met de laatste was verdwenen. In het... Lees verder

Miniaturen IV

(Her)ontdekkingen

Je vleidt je hoofd neer op mijn schouder, glimlacht even naar me voordat je je ogen sluit en je dichter tegen me aan drukt. Altijd alleen bestaat niet. Regen drukt de hoofden van voorbijgangers... Lees verder

Miniaturen III

Alleen

Een gevoel roept een herinnering diep in me op. Maar in zijn opkomst ligt zijn besluit verborgen. Zonder de juiste persoon om het mee te delen sterft het weg in de echo van mijn hart. Een zachte... Lees verder

Verzwolgen

Onder het grind naast een perron

Alles is in duister gehuld. In mijn oren ruist grind tegen grind tegen mij nog na. Ik ruik vervuilde aarde. Ik ben nog niet alleen. Uit het duister verschijnt een hand met daaraan een bekende ring.... Lees verder

Verdwenen

Friedrichs einder

Ik sta op de rand van het perron. Voor me uit verdwijnt de trein over de voorgebaande weg. Ik zie je silhouet nog in het glas weerspiegelen. Je kijkt nog om naar mij, maar je blik vervaagt in de verte.... Lees verder

Een moment geduld a.u.b.

pagina's: 1 2 36